ISW jaar 1 · UvA (IP)

Samenvatting IP: Duurzaamheid

De complete samenvatting van IP: Duurzaamheid (IP) bij ISW aan de UvA, in de volgorde van de colleges: per week de kern, de begrippen en de verbanden die je op het tentamen nodig hebt. Het eerste deel lees je gratis met een account in de reader.

12 hoofdstukken · 180 oefenvragen

Complete Bundel IP Duurzaamheid: €19,00 eenmalig (los €24,00 — je bespaart €5,00). Betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.

Verder lezen

De rest van IP: Duurzaamheid in één keer: eenmalig betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.

Bekijk prijzen · Oefenen met IP: Duurzaamheid

Vragen bij IP: Duurzaamheid

Waarom leggen de auteurs de klimaatgrens op 350 ppm, terwijl internationaal twee graden opwarming als doel gold?

Omdat een planetaire grens bewust op veilige afstand van een kantelpunt ligt, en de twee-gradenbenadering die marge volgens hen niet biedt. Ze voeren drie redenen aan. Klimaatmodellen onderschatten de trage feedbacks, zoals het smelten van ijsvlaktes: tel je die mee, dan levert een verdubbeling van koolstofdioxide zes graden op in plaats van drie. Paleoklimatologische data leggen het kantelpunt tussen 350 en 550 ppm. En het Noordpoolzee-ijs verdwijnt nu al.

Zeven van de negen grenzen noemen de auteurs zelf een eerste inschatting. Wat is zo'n getal dan waard in beleid?

De grens dwingt tot een keuze die het bewijs zelf niet maakt: hoeveel risico is aanvaardbaar? Wie het getal te vroeg hard maakt, verkoopt een schatting als feit. Wie erop wacht, doet niets zolang de onzekerheid duurt. Welke van die twee fouten weegt hier zwaarder?

Wat voegt het model van Raworth toe aan het denken over planetaire grenzen?

Een tweede grens, aan de binnenkant. Het ecologisch plafond bestaat uit de negen planetaire grenzen, de sociale fundering uit twaalf dimensies die zijn afgeleid van de Sustainable Development Goals: voeding, gezondheid, huisvesting, inkomen, energie. Tussen die twee ringen ligt de ruimte die ecologisch veilig en sociaal rechtvaardig is. Daarmee wordt een tekort aan welzijn net zo goed zichtbaar als een overschrijding, en dat maakt het model een kompas voor beide kanten.

Miljoenen mensen moeten omhoog door de sociale fundering, terwijl het ecologisch plafond al op vier punten is doorbroken. Kan dat tegelijk?

Raworth zegt dat het moet, en noemt ongelijkheid als de plek waar de ruimte zit: verschillen in inkomen, vermogen en politieke macht binnen en tussen landen. Het model wijst die plek aan, maar rekent niet voor hoeveel er dan bij wie vandaan moet. Wie levert er in?

Waar zijn de drie D's voor bedoeld, als het donut-model zelf geen oplossingen voorschrijft?

Precies daarvoor. Het raamwerk laat alleen de grenzen zien, terwijl elke route erbinnen andere winnaars en verliezers oplevert. Direction toetst of een route op overschrijding afstevent en welke doelen en machtsverhoudingen erachter zitten. Diversity houdt meerdere opties open als buffer tegen schokken. Distribution kijkt hoe kosten, risico's en baten over groepen vallen, verticaal tussen inkomens en horizontaal tussen identiteitsgroepen.

Grenzen komen volgens de auteurs uit metingen en uit oordelen over aanvaardbaar risico. Ondermijnt dat hun gezag?

Het verandert in elk geval wie er iets over te zeggen heeft. Meten kan de wetenschap alleen; oordelen over wat acceptabel is, hoort in het publieke debat. Daarom noemen de auteurs navigeren een politiek proces. Maar wat doe je als dat debat de grens hoger legt dan het bewijs toelaat?