ISW jaar 1 · UvA (OM1)
De complete samenvatting van Onderzoeksmethoden 1 (OM1) bij ISW aan de UvA, in de volgorde van de colleges: per week de kern, de begrippen en de verbanden die je op het tentamen nodig hebt. Het eerste deel lees je gratis met een account in de reader.
Literatuur: Bryman, Social Research Methods
8 hoofdstukken · 199 flashcards · 281 oefenvragen · 8 podcasts
Complete Bundel OM1: €26,00 eenmalig (los €36,00 — je bespaart €10,00). Betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.
De rest van Onderzoeksmethoden 1 in één keer: eenmalig betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.
Ze stellen twee verschillende vragen. Ontologie gaat over wat sociale entiteiten zijn: bestaat een organisatie als een hard feit buiten de mensen om (objectivisme), of maken mensen haar steeds opnieuw in hun interactie (constructionisme)? Epistemologie gaat over wat als kennis telt: alleen wat je zintuiglijk kunt waarnemen (positivisme), of ook de betekenis die mensen zelf aan hun handelen geven (interpretivisme). De eerste vraag gaat over het zijn, de tweede over het weten.
Reflexiviteit zegt van niet: waarden sluipen in elke keuze, van vraagstelling tot conclusie. Het positivisme eist tegelijk waardenvrijheid. Dat kan twee dingen betekenen: een onhaalbaar ideaal dat je toch najaagt, of een claim die de positie van de onderzoeker juist verbergt. Welke van de twee maakt onderzoek eerlijker?
Jazeker, en die band gaat maar één kant op. Een meting die niet betrouwbaar is, die dus onder gelijke omstandigheden telkens iets anders oplevert, kan nooit valide zijn. Andersom wel: een weegschaal die er structureel drie kilo naast zit, geeft elke keer hetzelfde antwoord en is dus keurig stabiel, maar hij meet je gewicht niet. Betrouwbaarheid is een voorwaarde voor meetvaliditeit, geen garantie.
Hoe strakker je een experiment controleert, hoe zekerder de causale conclusie en hoe onnatuurlijker de situatie. Het lab koopt interne validiteit met ecologische validiteit. Wat is een bewezen effect waard dat alleen in die kunstmatige setting optreedt, en lost een veldexperiment de ruil echt op?
Politiek. Ethiek gaat over hoe je deelnemers behandelt: schade, privacy, misleiding en geïnformeerde toestemming. Politiek gaat over macht en belang rond het onderzoek: wie het betaalt, wie toegang verleent en wiens belang de uitkomst dient. Een financier die publicatie blokkeert, of een gatekeeper die kritische vragen uit de enquête schrapt, stuurt het onderzoek zonder één participant te schaden. Heimelijk observeren zonder toestemming valt wel onder ethiek.
De situationele ethiek verdedigt misleiding met het no-choice-argument: bij gesloten groepen kom je anders niet binnen. Dat argument staat of valt met de vraag of er werkelijk geen andere methode bestond, en die vraag beantwoordt de onderzoeker zelf. Wie zou dat oordeel moeten vellen, en waarop zou hij het baseren?