ISW jaar 1 · UvA (SPR)

Samenvatting Schaal, plaats en ruimte

De complete samenvatting van Schaal, plaats en ruimte (SPR) bij ISW aan de UvA, in de volgorde van de colleges: per week de kern, de begrippen en de verbanden die je op het tentamen nodig hebt. Het eerste deel lees je gratis met een account in de reader.

18 hoofdstukken · 228 flashcards · 270 oefenvragen · 17 podcasts

Complete Bundel SPR: €22,00 eenmalig (los €33,00 — je bespaart €11,00). Betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.

Verder lezen

De rest van Schaal, plaats en ruimte in één keer: eenmalig betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.

Bekijk prijzen · Oefenen met Schaal, plaats en ruimte

Vragen bij Schaal, plaats en ruimte

Wat bedoelen geografen precies met ruimtelijkheid, en waarom is dat meer dan alleen waar iets ligt?

Ruimtelijkheid is een wederzijdse relatie. De locatie vormt het menselijk leven, en mensen vormen met hun handelen diezelfde locatie. Verschillen tussen plekken zijn daarmee sociaal gemaakt, niet natuurlijk gegeven. De supermarktkip laat allebei zien: het dier toont hoe de mens de natuur overheerst, en de weg van productie naar schap toont de ruimtelijke netwerken van de wereldeconomie, waarin de afstand tussen boer en koper bewust onzichtbaar blijft.

Als je een maatschappelijk fenomeen niet alleen uit ruimtelijke factoren mag verklaren, wat houdt de geografie dan nog over als eigen blik?

Ruimtelijk reductionisme is de fout waarbij je een complex sociaal fenomeen volledig uit ruimte verklaart. Hedendaagse geografen combineren daarom abstracte machtsstructuren met historische en contextuele factoren. Maar dan gaat het knagen: wat voegt de ruimtelijke blik nog toe als hij nooit op zichzelf mag staan? Waar zou jij die grens leggen?

Waarom verdrongen kantoren en winkels de arbeiderswoningen uit het negentiende-eeuwse stadscentrum?

De stad groeide hard, dus werd de strijd om centrale grond fel en stegen de grondprijzen. Een dure locatie moest intensiever bebouwd worden om nog winst op te leveren, en per vierkante meter brachten kantoren en detailhandel het meeste op. Er waren bovendien meer arbeiders dan werk, dus bleven de lonen laag en bouwden ontwikkelaars woningen van minimale kwaliteit. De overheid greep vanuit haar laissez-faire ideologie niet in.

Howard spreidt de stad uit, Le Corbusier stapelt haar op. Waarom reageren twee tegengestelde modellen op precies dezelfde ellende?

De tuinstad zoekt de oplossing in lage dichtheden en groene satellieten, de Ville Radieuse juist in hoogbouw die de grond vrijmaakt. Het compactestadsbeleid van nu kiest hoge dichtheid met gemengd gebruik, dus tegen het spreiden en tegen de functiescheiding tegelijk. Welk deel van welk model houd je dan over?

Wat ging er mis toen het rijk de ruimtelijke ordening aan provincies en gemeenten overliet?

Vanaf de jaren negentig bouwde het rijk zijn sturing af via decentralisatie, privatisering en deregulering. Het beleid werd terughoudend, versnipperd en procesmatig. Zonder regie vechten sterke sectoren om de schaarse ruimte en gaan kansen om functies slim te combineren verloren. In het landschap werd dat zichtbaar met ongebreidelde distributiecentra en versnipperde wind- en zonneparken, en op dossiers als stikstof en woningbouw liep het beleid vast.

Het derde scenario legt de regie bij de regio, maar juist daar zit het regionale gat. Wie beslist er dan?

Ecologische opgaven vragen maatwerk, dus regionale sturing ligt voor de hand. Alleen ontbreekt op die schaal een gekozen orgaan met doorzettingsmacht, budget en zuivere democratische legitimiteit, en de wettelijke escalatiemechanismen zijn afgeschaft. Wie mag daar dan de pijnlijke keuze maken, en waarom zou een gemeente zich eraan houden?