ISW jaar 1 · UvA (P&S)

Samenvatting Politiek en samenleving

De complete samenvatting van Politiek en samenleving (P&S) bij ISW aan de UvA, in de volgorde van de colleges: per week de kern, de begrippen en de verbanden die je op het tentamen nodig hebt. Week 1 en 2 lees je gratis met een account in de reader.

Literatuur: McCormick, Hague & Harrop, Comparative Government and Politics (13e druk)

20 hoofdstukken in 4 weken · 403 flashcards · 200 oefenvragen · 15 open vragen met modelantwoord · 8 podcasts

Complete Bundel P&S: €22,00 eenmalig (los €33,00 — je bespaart €11,00). Betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.

Verder lezen

De rest van Politiek en samenleving in één keer: eenmalig betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.

Bekijk prijzen · Oefenen met Politiek en samenleving · Veelgemaakte fouten bij Politiek en samenleving

Vragen bij Politiek en samenleving

Wat is nou precies het verschil tussen macht en autoriteit?

Macht is het vermogen om te bereiken wat je voor ogen hebt. Autoriteit is het erkende recht om te regeren. Wie autoriteit heeft, krijgt macht er gratis bij: volgens Weber voeren de geregeerden een bevel uit alsof ze het zelf hadden gewild. Dat maakt autoriteit efficiënter dan brute macht. Een junta die na een staatsgreep aan de macht komt, zoals in Niger in 2023, heeft wel macht maar geen autoriteit. Politiek is het proces, macht het vermogen, autoriteit het recht.

De Democracy Index perst bijna 200 systemen in vier hokjes. Wat gaat daarbij verloren?

Een typologie maakt uitspraken over een hele groep landen mogelijk, maar Lührmann en anderen betwisten juist de methode en de grenzen ervan. De Verenigde Staten en Brazilië belanden in hetzelfde hokje terwijl ze op heel andere punten haperen. Vraag jezelf af welke nuance een casestudy hier zou moeten terugbrengen.

Waarom is Somaliland wel effectief en toch geen staat?

Omdat erkenning en controle twee verschillende dingen zijn. Een quasi-staat als Somalië is erkend onder internationaal recht en heeft een VN-zetel, maar beheerst zijn grondgebied nauwelijks: legitiem en ineffectief. Een de facto-staat als Somaliland is precies andersom, want die bestuurt wel maar wordt door niemand erkend. Soevereiniteit betekent dat geen macht van buiten of van binnen boven je staat, legitimiteit dat burgers en andere staten je gezag aanvaarden.

Nationalisme heet zowel bevrijding als uitsluiting. Is dat een verschijnsel of zijn het er twee?

Het recht op zelfbeschikking van de Koerden en de Lebensraum-politiek van de nazi's leunen op dezelfde gedachte: deze grond hoort bij dit volk. Wie het tweede afwijst, moet uitleggen waarop het eerste dan rust. Waar leg jij die grens, en met welk criterium?

Waarom is de derde dimensie van macht zo moeilijk aan te tonen?

Omdat er niets te zien is. Bij een waarneembaar conflict ligt de contrafeitelijke uitspraak klaar: A wint, dus weet je wat B anders had gedaan. Zonder conflict moet de onderzoeker zelf twee dingen onderbouwen: dat B anders had gewild of gehandeld, en welk mechanisme dat verhinderde. Crenson doet dat met U.S. Steel in Gary. Polsby en Wolfinger verwarren volgens Lukes een methodologische moeilijkheid met een inhoudelijke bewering: moeilijk aantoonbaar is niet afwezig.

Wie bepaalt iemands reële belangen als die persoon ze zelf niet kent?

Lukes wil hypothesen die op waarnemingen rusten en te weerleggen zijn. Toch waarschuwt Polsby dat je zo iedereen die het met je oneens is vals bewustzijn kunt verwijten. Bij Crenson lijkt het onschuldig, want niemand wil vergiftigd worden. Waar houdt dat op?