ISW jaar 2 · UvA (HM)
De complete samenvatting van Verdieping in de sociale theorie: De handelende mens (HM) bij ISW aan de UvA, in de volgorde van de colleges: per week de kern, de begrippen en de verbanden die je op het tentamen nodig hebt. Week 1 en 2 lees je gratis met een account in de reader.
Literatuur: Reader met teksten (via Canvas), o.a. Lukes, Mair, Mudde, Ziblatt
12 hoofdstukken in 6 weken · 240 flashcards · 120 oefenvragen · 60 open vragen met modelantwoord
Complete Bundel HM: €26,00 eenmalig (los €31,00 — je bespaart €5,00). Betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.
De rest van Verdieping in de sociale theorie: De handelende mens in één keer: eenmalig betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.
Bekijk prijzen · Oefenen met Verdieping in de sociale theorie: De handelende mens · Veelgemaakte fouten bij Verdieping in de sociale theorie: De handelende mens
Omdat het product ergens heen moet. Als de arbeider vreemd tegenover zijn eigen product staat, moet iemand anders het bezitten, en dat is een mens die zelf niet werkt. De vervreemde arbeid brengt dus de kapitalist voort, en daarmee het privé-eigendom. Marx vergelijkt het met de goden: die zijn niet de oorzaak van de verwarring in het hoofd, maar het gevolg. Later versterken de twee elkaar wel, want privé-eigendom is ook het middel waardoor arbeid vervreemd blijft.
Zijn hele betoog rust op het soortwezen: vrije, bewuste activiteit als het wezen van de mens. Wie dat wezen anders invult, ziet ook andere vervreemding. Een bezorger die zijn werk puur als geld ziet, is dan misschien niet vervreemd maar nuchter. Kan Marx zonder een beeld van de ware mens, of valt de kritiek dan weg?
Omdat het fetisjisme geen vergissing in je hoofd is, maar de vorm waarin die verhouding werkelijk bestaat. Producenten werken los van elkaar en ontmoeten elkaar pas in de ruil, dus daar krijgt hun arbeid pas een sociaal karakter. Marx vergelijkt het met de lucht: die bleef dezelfde nadat men haar gassen had ontdekt. De wetenschap komt post festum, achteraf, en legt de arbeidstijd bloot zonder de waardevorm op te heffen.
Robinson is alleen, de horige is persoonlijk onderworpen, het boerengezin verdeelt het werk naar sekse en leeftijd. Doorzichtig zijn die verhoudingen zeker, vrij zijn ze niet. Alleen de vrije associatie is allebei, en die bestaat nog niet. Bewijst het rijtje dan dat doorzichtigheid kan, of alleen dat zij tot nu toe een prijs had?
De volgorde is het hele argument. Dat iedereen slaapt is algemeen, maar niemand legt het op. Dat iedereen om elf uur in de collegezaal zit is collectief: het moet, en daarom doet iedereen het. Een sociaal feit is dus algemeen omdat het collectief is, niet andersom. Verwar het feit ook niet met zijn individuele incarnaties, de vorm die het in één persoon aanneemt. Een spreekwoord bestaat ook als niemand het vandaag uitspreekt.
Zijn bewijs zit in het verzet: wie afwijkt, voelt de druk. Maar als een afwezig gevoel geen tegenbewijs is en verzet juist het bewijs, dan bevestigt elke uitkomst de stelling. Denk aan de lucht die gewicht heeft. Welk waarneembaar geval zou Durkheim ongelijk geven, en heeft een begrip dat niets uitsluit nog scherpte?